Zoektocht naar de geroofde familie kunstcollectie

Bosbeek | Noord-Holland

27 mei 2020 | Simon Goodman en Merel Spithoven


Fritz Gutmann kwam als Duitse bankier naar Nederland om de Dresdner Bank te vertegenwoordigen. In 1919 richtte hij samen met een compagnon de firma Proehl & Gutmann op in Amsterdam. De zaken liepen goed en in 1924 kon hij een mooi landhuis kopen buiten de stad: Huize Bosbeek. Hij richtte het huis in met een waardevolle kunstverzameling.

Een zoektocht
De zoon van Fritz Gutmann, Berhard is de zoektocht naar zijn vaders kunstcollectie gestart. Deze zoektocht is na zijn overlijden in 1994 overgenomen door diens zoon Simon Goodman. Twee derde van de kunstcollectie is ondanks veel tegenwerking terug in familiebezit. Er lopen nog verschillende processen met onder andere Nederlandse musea.

Simon Goodman’s heeft in 2015 een boek geschreven over zijn zoektocht, The Orpheus Clock: The Zoeken for My Family’s Art Treasures Stolen by the Nazis. Het Getty Center schrijft hierover:  “This book is a fascinating true story—at once a family history, a glimpse of Jewish life in Germany before the Holocaust, an exposé of the Nazi looting machine, and a revealing study of the evolving attitudes toward restitution of looted art in the wake of World War II.”

Bekijk HIER de lezing van Simon Goodman over geroofde kunststukken tijdens de Tweede Wereldoorlog

Buitenplaats Bosbeek
Gutmann verhuisde met zijn gezin naar de 17e-eeuwse buitenplaats. Bij het huis hoorde een immense tuin en een mooie omgeving vol bossen. Gutmann was net als zijn vader een liefhebber van kunst. Kunst werd overal in het landhuis uitgestald en opgehangen. De plafondschildering en grisaille ‘Herfst’ van Jacob de Wit sierden het interieur. De inrichting bestond onder andere uit 16e-eeuwse Vlaamse wandtapijten, meubels en ornamenten in Lodewijk XV-stijl, Meissen-porselein en een majolica-collectie. Toen in 1925 Gutmanns vader overleed, erfde hij zijn imposante kunstcollectie. Gutmann breidde de collectie verder uit met onder andere ‘primitieven’ (noordelijke renaissance), Gouden Eeuw en moderne kunst. Hij ontwikkelde een voorliefde voor impressionisten.

Dreiging
De familie Gutmann was van origine Joods, en al sinds generaties protestants. Ze begonnen al snel te vrezen voor de expansiedrang van Hitler. Hun kinderen, Lili en Bernhard, waren al in de jaren 30 naar respectievelijk Italië en Engeland verhuisd. Bernhards naam was daar verengelst naar Bernard Goodman. Gutmann besloot een deel van zijn kunstcollectie alvast in veiligheid te brengen. Verschillende kunststukken werden nog voor de Duitse inval naar New York en Parijs gestuurd. Direct na de Duitse inval werd Dienstelle Mühlmann in Den Haag opgezet. Deze instantie had als doel kunstbezit in kaart te brengen. De eerste nazi-kunstrover stond al na een maand voor de deur van Bosbeek. Gutmann kreeg het voorstel dat hij en zijn vrouw Louise een visum konden krijgen om naar vrij en veilig gebied te reizen. Daartegenover stond de ‘verkoop’ van een aantal kunstobjecten. Gutmann ging vol hoop akkoord.

Vrijgeleide
Gutmann en zijn vrouw probeerden naar Italië te reizen waar dochter Lili woonde. Ze geloofden dat ze vanwege hun bijzondere kunstcollectie en connecties daadwerkelijk een vrijgeleide en visum zouden krijgen. Zo was een vriend van Gutmann graaf Ciano een schoonzoon van Mussolini en minister van Buitenlandse Zaken. Ciano zorgde voor brieven en telegrammen richting de Duitse regering en Seyss Inquart in Nederland. Hij schreef dat Gutmann en zijn vrouw naar Italië moesten komen. Er kwam echter geen bevestiging uit Duitsland. Wel kwam er een brief van Heinrich Himmler dat ‘de Jood’ Gutmann met rust gelaten werd in zijn huis.

Afpersing
Er kwamen steeds meer anti-Joodse maatregelen. Fritz’ handelsbank werd ‘geariseerd’, de auto’s gevorderd, de bewegingsvrijheid ingeperkt. Daarnaast bleven er nieuwe kunstrovers langs Bosbeek komen. De kunststukken werden voornamelijk doorverkocht aan Hermann Goering, Hitlers rechterhand. In maart 1941 stond overtuigd nazi Karl Haberstock voor de deur. Hij was een Duitse kunsthandelaar die Gutmanns vaste kunsthandelaar Paus Cassirer in Berlijn goed kende. Daardoor wist hij dat er bij Gutmann veel te halen viel. Haberstock zette Gutmann onder druk om delen van zijn verzameling tegen absurd lage prijzen te verkopen. De opbrengst zou gestort worden op een rekening waar Fritz zelf niet bij kon als Jood zijnde. Gutmann had echter weinig keus. Met pijn in hun hart deden de Gutmanns keer op keer afstand van hun kunstwerken. Ze geloofden dat dit offer hen een veel erger lot zou besparen.

Deportatie
Niets was minder waar. In mei 1943 verschenen de Duitsers wederom op landgoed Bosbeek. Ze zeiden dat ze het echtpaar naar Italië zouden brengen. De Gutmanns berichtten hun dochter dat ze eraan kwamen. Met twee auto’s werden ze naar de trein gebracht. In Berlijn zouden ze overstappen naar Italië. Daar zou de ambassadeur van Italië hen opwachten. Ook van hem kreeg Lili bericht dat haar ouders eraan kwamen. De trein ging echter naar Praag waar ze werden opgewacht door weer een auto met Duitse chauffeur. Ze werden naar het concentratiekamp Theresienstadt gereden in bontjas en maatpak met 11 koffers aan bagage. Fritz Gutmann werd uiteindelijk doodgeslagen door bewakers. Zijn vrouw Louise werd naar Auschwitz gedeporteerd en na aankomst vermoord.

Herbestemming Bosbeek
Huize Bosbeek was na de oorlog leeg en geplunderd. In het laatste jaar van de oorlog hadden er Duitse soldaten ingezeten. Na de bevrijding werd het gebruikt als opvang voor NSB-kinderen en oudere kinderen die zelf nazi-sympathisant waren geworden. Het werd een gevangenis en heropvoedingsoord. Mevrouw Zomerdijk werkte hier vanaf 1945 tot de sluiting in 1948 als kinderleidster. In 2008 vertelde ze tijdens een interview over haar herinneringen hieraan:

‘De schitterend gestuukte plafonds met engelen in de grote zaal zaten vol met kogelgaten […].’

De kinderen van de Gutmanns hadden ondertussen beseft dat hun ouders niet meer terugkwamen. Zoon Bernard besloot eind 1945 naar Bosbeek te gaan om het huis terug in de familie te krijgen. Hier werd hij geconfronteerd met de NSB-kinderen. Toen hij ze vroeg of ze wisten wie hier gewoond hadden kreeg hij het antwoord:

‘Oh, een stelletje rijke Joden.’

Slechts de plafondschildering van Jacob de Wit was overgebleven van de kunstcollectie van zijn ouders. Dit was het begin van zijn speurtocht naar de rest van de collectie.

De situatie nu
Sinds 1950 is Huize Bosbeek in bezit van de Congregatie van de Zusters van de Voorzienigheid. Het huis is onlangs gerestaureerd en bevindt zich nu in allerbeste staat. Dit verhaal is gebaseerd op het onderzoek van Alex Bakker die in gesprek ging met Simon Goodman over zijn tragische familiegeschiedenis.

Meer weten?
Bekijk HIER de Dag van het Kasteel film over Bosbeek.

Lees HIER het interview met kinderleidster Mevrouw Zomerdijk.

Bekijk HIER de trailer van de speelfilm over de speciale afdeling van het Amerikaanse leger dat tijdens en na de bevrijding de geroofde kunst probeerde te traceren: The Monuments Men met o.a. George Clooney, Matt Damon en Cate Blanchett.

Lees HIER over eerdere vonnissen en de actuele stand van zaken van restitutieclaims

Raadpleeg HIER de database van geroofde kunst.