Natte voeten: buitenplaats Moesbosch tijdens WOII

Moesbosch | Zeeland

15 mei 2020 | Fred Vogelzang


Nadat Duitsland definitief de invasie van Groot-Brittannië had afgeblazen, vormde het Europa om tot een fort. Vanaf Noorwegen tot Spanje werd een keten van verdedigingswerken aangelegd. Deze Atlantikwall maakte in Zeeland ook gebruik van inundaties. Ironisch genoeg werd die onderwaterzetting in 1944 tegen de Duitse bezetter gebruikt. Helaas kwamen daarmee ook grote delen van Walcheren onder water te staan. Dat betekende bijna de ondergang voor buitenplaats Moesbosch, die er midden inlag.

Onderdeel van de Atlantikwall
Nederland met zijn lange kustlijn was een belangrijk onderdeel van de Atlantikwall. De Duitse opperbevelhebber generaal Friedrich Christiansen was er van overtuigd, dat een geallieerde landing op de Nederlandse kust niet ondenkbaar was. Hij gaf opdracht om een groot aantal militaire steunpunten rond diverse kuststeden en -dorpen te laten aanleggen, waarbij Den Haag een hoofdrol kreeg. Al snel bleken er onvoldoende bouwvakkers en materialen voorhanden om de geplande 15000 bunkers uit de grond te stampen. Er werd gekozen voor lichtere varianten en andere verdedigingswerken, zoals tankgrachten en loopgraven. Vaak werden die dwars door buitenplaatsen en landgoederen aangelegd. In Zeeland werden eveneens bunkers gebouwd, maar ook werd teruggegrepen op inundaties, een verdedigingsmethode die in Nederland al in de Tachtigjarige Oorlog werd toegepast. Daarbij werden delen van het platteland onder een niet al te diepe laag water gezet. Te diep om gemakkelijk door heen te waden of te rijden, te ondiep om over heen te varen.
De geallieerde legers konden in augustus 1944 de haven van Antwerpen vrijwel ongeschonden innemen, zodat dit een geallieerde aanvoerhaven zou kunnen worden. Hitler zag het strategische belang van Antwerpen en gaf bevel om de Westerschelde met alle denkbare middelen te versperren. Bij de gevechten werd het negentiende-eeuwse landhuis Zorgvlied in Ellewoutsdijk, buitenhuis van de familie Van Hattum, volledig verwoest. Walcheren werd een ‘Festung’ en West-Zeeuws-Vlaanderen werd eveneens zwaar verdedigd.

Moesbosch als militair steunpunt
Die strijd was niet het eerste wat de bewoners van Moesbosch van de oorlog merkten. De burgermeester van Koudekerke, J.L Dregmans, zorgde in 1936 voor de oprichting van het Rode Kruis in Koudekerke. Moesbosch werd ingericht als commandopost. Het huis zelf werd op dat moment als zomerverblijf gebruikt door de familie Van Doorn, waarover later meer. In 1938 besloten jhr. Hendrik Anthony van Doorn en zijn vrouw, Wilhelmina van Lookeren Campagne permanent op de Moesbosch te gaan wonen. Na de capitulatie dwong de bezetter het echtpaar zijn huis ter beschikking stellen aan de Wehrmacht, die er veertig soldaten inkwartierde. Hoe het samenleven met de Duitsers is verlopen, is onduidelijk. Op 15, 19 en 20 augustus 1943 troffen bombardementen het nabijgelegen Vlissingen en Souburg. Er waren 66 slachtoffers. Het Rode Kruis in Koudekerke schoot te hulp. De actie werd vanuit Moesbosch gecoördineerd.
Toen de geallieerden na de landing in Normandië en de inname van Antwerpen steeds dichterbij kwamen, werd het zaak de Duitse bezetter uit Zeeland te verdrijven. Om hem te verjagen uit Walcheren, zetten de geallieerden het inundatiewapen in. Een bombardement op de zeedijk op 3 oktober legde bijna heel Westkapelle in de as en veroorzaakte 152 burgerdoden. Enkele dagen later volgden bressen in de dijken bij Veere, Vlissingen en Ritthem. Het duurde daarna enkele dagen voordat het eiland helemaal was ondergelopen. Enkele hoger gelegen delen, zoals dorpskernen en de duinen, bleven droog. Dit gold ook voor de parken van Berkenbosch en Eikenoord. De overige buitenplaatsen bij Oostkapelle kwamen gedeeltelijk in het zeewater te staan: op Duinvliet, Westhove, Duinbeek, Zeeduin en Overduin verdween daardoor een deel van de beplanting, net als die van de buitens elders op het eiland. De bomen op de droog gebleven gedeelten leden toch onder het verzilte grondwater. Ook Moesbosch kreeg hier mee te maken.
Na zware gevechten namen Canadese troepen op 8 november Middelburg in, waarop de Duitse bevelhebber zich overgaf. Daarmee was Zeeland bevrijd. Het water was daarmee nog niet weg: tot voorjaar 1946 bleef Walcheren onder water staan.

Een korte geschiedenis
De buitenplaats Moesbosch lag al eeuwenlang tussen Vlissingen en Koudekerke. Ze bestaat nu uit een landhuis, een koetshuis, tuinmanshuis en een park van zes hectare. Uniek voor Zeeland is dat er een familiegrafkelder op het terrein ligt.

De buitenplaats is ontstaan vóór 1672, het jaartal dat in muurankers op het koetshuis staat. Over de geschiedenis tot 1806 is weinig bekend. Mogelijk maakte het terrein ooit deel uit van het grondbezit van kasteel Der Boede. Op de plaats van dat vroegere kasteel staat nu een landhuis dat in het midden van de achttiende eeuw tot stand is gekomen als buitenhuis voor een Vlissingse burgemeester.
In 1806 kwam Moesbosch in handen van Abraham van Doorn (1760-1814). Deze werd geboren in Essequebo (tegenwoordig in Guyana), waar zijn ouders en grootouders een plantage bezaten. Na zijn studie vestigde hij zich in Vlissingen, waar hij verschillende bestuursfuncties bekleedde. Vanaf 1798 vervulde hij diverse hoge ambten in dienst van de Bataafse Republiek en later voor het Koninkrijk Holland en het Franse Keizerrijk.
Van Doorn had in 1805 de grote buitenplaats Der Boede gekocht, die grensde aan Moesbosch. Hij voegde de beide buitenplaatsen samen tot één geheel en liet in 1812 tegenover de ingang een grafkelder bouwen. Het was Van Doorns wens dat het landgoed in de familie zou blijven.
Na Van Doorns overlijden erfde zijn oudste zoon Hendrik Jacob (1786-1853) Der Boede, terwijl diens jongere broer Anthony Pieter (1791-1870) Moesbosch verkreeg. Beide broers werden in 1829 met hun zuster in de Nederlandse adelstand verheven, de oudste met de titel van baron bij eerstgeboorte. Vanwege zijn functies verbleef baron van Doorn eerst in Gent en later in Den Haag. In 1836 verkocht hij Der Boede.
Moesbosch bleef wel in de familie Van Doorn. Anthonie Pieter verwierf in 1858 de ambachtsheerlijke rechten van Koudekerke. De boerderij Moesbosch, die naast de buitenplaats ligt, maakte tot 1926 deel uit van het landgoed. Het huidige huis is gebouwd in 1871 en bevat elementen van voorgangers uit de zeventiende en achttiende eeuw. In 1935 wordt de Moesbosch omschreven als een park met mooi geboomte.

Rond de inundatie
Tijdens de inundatie van Walcheren in 1944-1946 bood het huis Moesbosch onderdak aan boer Krijn van Sparrentak met zijn vrouw en negen kinderen (afkomstig uit de naastgelegen boerderij) en toen zij vertrokken aan de boerenknecht Jan Kerkhove met echtgenote en tuinman David Joziasse met vrouw en ouders. In totaal woonden er toen zeventien mensen op het buiten. Ze hadden elk een kamer op de bovenverdieping tot hun beschikking. Uit die tijd zijn enkele dagboekfragmenten overgeleverd.

“30 sept 1944. Morgen gaan we de 10de maand in en nog steeds zijn we niet vrij. Nog steeds inkwartiering en nog steeds zonder contact met de andere provincies, terwijl aan alles gebrek begint te komen. Het gaat er nu wel gek uitzien en er wordt veel gestolen. Ons eenigste schaap wordt nu iedere nacht opgehaald en zit in het kippenhok achter slot. Nu hebben ze het op het hout voorzien. Zondagmiddag 17 september is Biggekerke zwaar geteisterd door bommen, waarbij 53 menschen omkwamen. Het was zoo hevig, dat ook hier het geheele huis schudde. Zondag 24 september werd een bommenwerper boven ons aangeschoten en kwam in wei terecht, terwijl een groote plaat uit de lucht kwam den anderen in de beukenboom terechtkwam, gelukkig niet op het dak.”

17 oktober 1944 Vandaag trekken Krijn en Susan met hun kroost, 9 personen, in huis en krijgen zij de balkonkamer en moeder’s slaapkamer. Ook Jan Kerkhove en vrouw vragen onderdak en krijgen mijn slaapkamer. Daar de Wehrmacht werkelijk vertrekt, kan dit allemaal geschikt, en zijn we dan met 17 personen in huis. Vannacht was het water niet merkbaar hoger, hoewel er veel wind was. Er was veel lawaai van bommen en afweergeschut.

De geheelen nacht hevig kanonvuur, dat tot nu, 11 uur v.m., nog steeds aanhoudt, het is om gek te worden. We hooren dat Vlissingen gevallen is, maar na den middag worden we zoo hevig door granaten en bommen bestookt dat we gelooven dat ons einde gekomen is. Drie ruiten van den achterkant worden verbrijzeld, een scherf vliegt door de mooie spiegel op onze slaapkamer. De geheele kamer vol glassplinters, tot zelfs in de bedden.”

Een bloemenkas op het landgoed blijkt door een bom verwoest. Het zeewater kwam tot vlakbij het huis. Alleen tijdens hoge vloed stroomde het naar binnen. Het verhaal gaat dat de bewoonster, een professionele concertpianiste, dan de piano op krukken zette en zo bleef doorspelen. Haar vleugelpiano staat nog altijd in de middenkamer.
Het park stond onder water en daardoor stierf alle beplanting, behalve de stinzenplanten op het heuveltje boven de familiegrafkelder. Na de droogmaking van Walcheren in het voorjaar van 1946 moesten alle bomen worden gerooid en bleef een kale vlakte over. De kisten in de familiegrafkelder op het landgoed waren door de overstroming op drift geraakt. De restanten ervan zijn achter de kelder begraven. In 1948 was Moesbosch de eerste buitenplaats op Walcheren die opnieuw werd beplant. Daarbij werd hulp vanuit Engeland verkregen: ter gelegenheid van haar huwelijk bood de Engelse kroonprinses tien oorlogswezen een korte vakantie aan in Zeeland, waarbij ze werden ingezet bij het aanplanten van bomen op de Moesbosch. Het huidige park kent een grote variëteit aan boomsoorten.
Moesbosch bleef bewoond tot 2014. Sinds 2015 wordt het beheerd door Stichting Moesbosch, die het park grotendeels heeft opengesteld voor wandelaars en die in het huis culturele activiteiten organiseert, zoals lezingen en concerten.