Kunstverzameling Singraven veilig de oorlog doorgekomen

Singraven | Overijssel

06 april 2020 | Daan van Mierlo


Huis Singraven is de oorlogsperiode redelijk ongeschonden door gekomen. Ook wist W.F.J laan zijn kunstverzameling tijdig veilig te stellen. Ondanks dat de Duitsers het laatste half jaar letterlijk bovenop de kunstschatten zaten nadat ze het huis gevorderd hadden. In de nacht van 1 op 2 april 1945 verlieten ze ’s nachts hals over kop het Singraven daarbij een briefje achterlatend “Herzlichen Dank”.

Voor Willem Frederik Laan stond het vast. Zijn kostbare kunstschatten moesten koste wat kost veilig gesteld worden. Het was immers bekend dat de bezetter kunstroof niet schuwde om ze vervolgens over de grens te laten verdwijnen. De kunstverzameling was uiteraard bekend bij de Duitsers, want Laan kreeg van Heer Hauptmann und Ortskommandant te Zwolle een geruststellende verklaring en “ausweis”, zonder daar al te veel waarde aan te hechten. Terecht was hij er niet gerust op. De grootste kostbaarheden liet hij daarom tijdig naar elders brengen door de personeelsleden Harmsen, Van Dijk en Groener. Al wist hij natuurlijk dat ze op dat moment eigenlijk nergens veilig waren in Nederland. De antieke meubelstukken werden naar de zolder gebracht en zo goed en kwaad als het ging onttrokken aan het zicht van de indringers. Vazen en porselein werden tussen de dubbele vloeren gestopt. De bezetters van het Huis zaten dus boven op hun gewilde kunstschatten zonder dit zelf te beseffen. Het zilverwerk werd verstopt in een van de poorthuizen.

Vroegtijdig het Huis verlaten
Willem Frederik Laan verhuisde midden jaren dertig reeds naar één van de dienstwoningen naast de watermolen. In 1939 betrok hij een poortwoning aan de Kasteellaan. Personele kosten en bezuinigingen lagen daar aan ten grondslag. Het Huis verkeerde door de verhuizing in onbewoonde staat waardoor er minder belasting betaald hoefde te worden. Maar de bezettende overheid had enige jaren later al snel door dat het ‘Schloss Singraven’ wel degelijk waarde vertegenwoordigde en praktisch wel erg goed van pas zou komen. Waar Laan bang voor was gebeurde niet direct. In eerste instantie werd in mei 1943 het Huis ‘verhuurd’ aan de Staat de Nederlanden, vertegenwoordigd door de President-Directeur van het Bureau Afvoer Burgerbevolking. Het kreeg de status van noodverpleeghuis voor bewoners van een bejaardenhuis uit Den Haag en Katwijk. Het bejaardenhuis daar moest plaats maken voor de Atlantik wall en andere Duitse verdedigingswerken. Het huis werd dus als een rusthuis gebruikt. Dit duurde meer dan een jaar.

Met de staart tussen de benen er vandoor
Op een zondagmorgen in september 1944 bevelen de Duitsers om het huis leeg op te leveren. En snel graag. De oudjes vertrekken dan naar de schuren van Willem ‘Achter de Hoven’. Duitse militairen ontfermen zich dan snel over het huis. Er gaan verhalen dat het aantal op korte termijn snel zal uitbreiden. De ondergrondse in Denekamp constateerde en rapporteerde in maart 1945 het volgende: “Op huize Singraven met bijgebouwen waren 27 manschappen met een majoor ingekwartierd. Kleur uniform blauwgrijs, bewapening geweer met bajonet en pistool. Deze hebben acht vrachtauto’s bij zich met enkele aanhangers, een luxe wagen en motor met zijspan. In de vrachtauto’s zijn verschillende vliegtuigonderdelen geladen. In twee vrachtauto’s is benzine en olie geladen. ‘s Nachts staat er een wacht: bewapening geweer met bajonet en helm.”
Net zo snel als de bezetter bezit heeft genomen van het huis, verdwijnen ze ook weer. Opgejaagd door het opstormende geallieerde leger vertrekken ze in de nacht van 1 op 2 april met de staart tussen de benen. Om vier uur ’s nachts bevestigen zij de huissleutel aan de voordeur van de poortwachterswoning van Laan. Daaraan zit het briefje ‘Herzlichen Dank’. De kunstschatten zijn nooit gevonden door de Duitsers. Laan kon wat dat betreft tevreden zijn.

Nog steeds de angst na de bevrijding
Maar voor Willem Frederik Laan is de nachtmerrie dan nog niet voorbij. Nog geen week later komen de Canadezen het huis gebruiken als kazerne. Hoewel niet met kwade bedoelingen, laat het rauwe soldatenleven wel zijn sporen na. Na drie maand zijn ook deze bevrijders verdwenen van het Singraven. Willem Frederik Laan kan zich dan richten op de bestemming van het gebouw zoals voorheen. Maar het land is ontredderd en de woningnood in groot. Er wordt een beroep gedaan op Laan om te helpen het huisvestingsprobleem in het land op lossen. Het Centraal Bureau Verzorging Oorlogsslachtoffers liet weten het huis geschikt te vinden voor de opvang van zestig patiënten
in de verzorgingssector. Laan stelde alles in het werk om te voorkomen dat het huis nogmaals bewoners zou moeten herbergen. In september 1945 kreeg hij het verlossende bericht dat werd afgezien van verder gebruik. Er kon worden begonnen met het opruimen van het huis. Toch duurde het nog tot 1954 voordat het huis een grondige opknapbeurt kreeg. Deze duurde ruim vier jaar.