Ter Horst: communicatiecentrum Slag om Arnhem

Ter Horst | Gelderland

28 april 2020 | Merel van Spithoven


Na vier jaar onbewoond te zijn geweest werd in 1933 Kasteel Ter Horst gekocht door houthandelaars familie Russelman. Hendrik Russelman ging hard aan het werk om de verwaarloosde omgeving van het landhuis te herstellen. In WOII werd het buitenverblijf geconfisqueerd door de Duitsers. Zij namen het in gebruik als communicatiecentrum.

Oorlogsverleden
Over de oorlog werd binnen de familie Russelman vrijwel niet gesproken. De huidige kasteeleigenaar, Alexander Russelman, is de kleinzoon van de eigenaar tijdens WOII, Hendrik Russelman. Alexander kwam veel over de oorlogstijd pas achteraf te weten van een oom en tante. Daarnaast vond hij veel foto’s, brieven en communicatie apparatuur van de Duitsers terug in het kasteel. Hij vond bijvoorbeeld radio’s die verstopt waren in de hoedenkasten van de koetshuizen.

Familie Russelman houdt toezicht
Toen Kasteel Ter Horst werd gevorderd door de Duitsers drong de familie Russelman erop aan in hun huis te willen blijven wonen. Ze mochten uiteindelijk in de gewelfkelders van het kasteel wonen. Hierdoor kon de kasteeleigenaar, Hendrik Russelman, toch enig toezicht houden op zijn eigendommen. Desondanks bleek na de oorlog dat het landgoed veel schade had opgelopen, met name de schuilkapel. Hendrik had nog een bewaker ingezet ter bescherming van het houten altaar in de schuilkapel. Hierdoor bleef dit altaar bespaard.

Communicatiecentrum
Het kasteel was de ideale plek voor een communicatiecentrum, omdat er zendmasten op het dak geplaatst konden worden. De voorste woonkamer, de Salon, werd ingericht als ziekenboeg en operatiekamer. Negen Duitsers zijn in de operatiekamer overleden en in het bos van het kasteel begraven. Later zijn deze slachtoffers naar een militaire begraafplaats in Limburg verplaatst. In een van de koetshuizen bevond zich een oude schuilkapel waarin Duitse soldaten werden ondergebracht. De Duitse soldaten verwachtten dat ze op dit landgoed tot aan het einde van de oorlog zouden blijven en waren daarom zuinig op het landgoed.

Slag om Arnhem
Het communicatiecentrum heeft onder andere de Slag om Arnhem gecoördineerd. De Slag om Arnhem vond van 17 tot 25 september 1944 plaats. Het was een luchtlanding en veldslag in en rond Arnhem. De Duitse soldaten die op het landgoed van Kasteel Ter Horst waren ingekwartierd werden hiervoor ingezet. Hendrik Russelman hoorden vertrekkende Duitse soldaten zeggen:

‘Kans dat wij terugkomen is niet zo groot…’

De Duitse soldaten lieten veel spullen achter en velen kwamen niet meer terug. Na de Slag om Arnhem bereidden de Duitsers zich voor op de volgende aanval. Ze wilden niet dat de Arnhemse burgers in de weg zouden lopen of de geallieerden zouden helpen. Op 24 september 1944 werden daarom 95.000 Arnhemmers gedwongen om de stad te verlaten. Zo’n 40 evacués vonden hun onderdak in de schuilkapel van Kasteel Ter Horst.

Bombardement
Op 10 december 1944 werd het koffiehuis op station Arnhem gebombardeerd. Hierdoor sprongen vele ruiten in de omgeving. De kassen op het landgoed Ter Horst waren bespaard gebleven. De familie Russelman stelde de ruiten van de broeibakken beschikbaar. Zo kon de bevolking de ramen snel weer dicht maken.

Bevrijding
Canadese soldaten hebben Kasteel Ter Horst bevrijd en namen het in gebruik als commandopost. Echter hebben zij in 3 maanden meer vernietigd dan de Duitsers in 4 jaar. Ze hielden feesten en nodigden hoeren uit in de schuilkapel en het andere koetshuis. Sporen van Canadese tanks zijn nog steeds op het voorplein van het kasteel te zien. Aan het eind van de oorlog werden gearresteerde NSB’ers en collaborateurs ondergebracht in een van de bijgebouwen.

Hedendaagse functie
Het landgoed is nog steeds in gebruik als houtzagerij-bedrijf. Alle kamers en bijgebouwen hebben een functie gekregen. De schuilkapel wordt soms gebruikt als trouwzaal. De koetshuizen en het kasteel worden deels verhuurd als kantoorruimtes en deels als woonruimtes. Op de eerste verdieping van het kasteel woont de huidige kasteeleigenaar Alexander Russelman met zijn gezin. Op de begane grond is de Salon ingericht als woonkamer. Deze kamer is met schuifdeuren verbonden met de voormalige herenkamer erachter. Deze laatste kamer dient nu als trouwzaal. De Salon wordt onder andere gebruikt voor kleinschalige recepties. Aan de andere kant van de hal ligt de keuken. Hier is nog een originele eetlift en doorgeefluik aanwezig. Het doorgeefluik staat in verbinding met de oude eetkamer. Dit is nu het kantoor van Alexander.

Gewelfkelders
De gewelfkelders zijn nog grotendeels ingericht zoals ze werden gebruikt in WOII door de familie Russelman. Er is onder andere een keuken met allerlei werktuigen die toen werden gebruikt. In deze keuken is de etenslift die in verbinding staat met de keuken op de begane grond. Deze gaat gerestaureerd worden zodat het weer functioneert om dit te kunnen demonstreren tijdens rondleidingen. Eigenaar Alexander Russelman hoopt zo het kasteel voor een volgende generatie veilig te stellen.

Dit verhaal is gebaseerd op het onderzoek van Merel Spithoven, die met kasteeleigenaar Alexander Russelman en gastvrouw Carla Hoornenborg in gesprek ging.