Kasteel Sterkenburg en de Gebroeders Schinkel

Sterkenburg | Utrecht

07 mei 2020 | Claudine van Helsdingen – de Sonnaville


De geschiedenis van Sterkenburg tijdens de Tweede Wereldoorlog is niet volledig helder. Misschien gebeurde er ook niet zoveel. Vast staat dat er bij het uitbreken van de oorlog, in mei 1940, korte tijd Nederlandse militairen op Sterkenburg gelegerd waren, zoals blijkt uit de aantekeningen van kapitein Van der Spek, één van de reserve-officieren die deel uitmaakten van de Grebbelinie.

In maart 2011 vond een gesprek plaats met de drie gebroeders Schinkel, zwagers van Dirk van Burken, die omstreeks 1942 als tuinbaas op Sterkenburg in dienst kwam. Regelmatig brachten de broers een bezoek aan hun zuster Jannie, vrouw van tuinbaas Van Burken. Volgens de broers Schinkel werd Sterkenburg tijdens de Tweede Wereldoorlog wel nog bewoond door de familie Kneppelhout, te weten de gebroeders Leen en Mon, Mon zelfs met twee “inwonende maîtresses”.
In het koetshuis woonde stalmeester “Kuus”, het tuinmanshuis was bewoond door het echtpaar Van Burken-Schinkel en er waren permanent tuinlieden werkzaam – er was zelfs een stoker voor de ketel in het koetshuis. De heren Kneppelhout hadden een auto –Chevrolet– met chauffeur en zo nu en dan mocht het personeel met de auto een dagje uit.

Onderduikers op Sterkenburg
Er is een dagboek bewaard gebleven van een onderduiker die in Driebergen verbleef en elke dag op en neer liep naar Sterkenburg om daar werkzaamheden in de tuin te verrichten. Hij werd beloond met een bordje dunne karnemelksepap, nauwelijks voedzaam genoeg om hem in leven te houden. In het tuinmanshuis werden diverse onderduikers geherbergd, waaronder een Joods gezin dat in de Lange Elizabethstraat in Utrecht een herenmodezaak had: vader, moeder en twee kinderen. Op een dag verscheen op Sterkenburg een SS-kolonne en werd de familie – naar zou blijken ogenschijnlijk – afgevoerd. Bij het vertrek zei de (zogenaamde) bevelhebbende SS-officier in vloeiend Nederlands dat alles in orde zou komen: het was een actie van de ondergrondse om ze naar een veiliger adres te brengen.
Enige tijd was ook één van de broers Schinkel op Sterkenburg ondergedoken: hij verbleef in een soort hol in het hooi, in het stalgedeelte van het tuinmanshuis, waar hij overleefde op appels en water.

Vordering van Sterkenburg
In 1944 liet de Rijksgebouwendienst bouwtekeningen van Sterkenburg maken, al dan niet in opdracht van de bezetter. Het Kasteel Sterkenburg aan de Langbroekerdijk werd in 1943 door de Duitse bezetters gevorderd, die er onder andere een legeropslagplaats van maakten, waardoor het interieur er niet beter op werd. Er werden echter geen soldaten ingekwartierd, noch werden er mensen gevangen gehouden. Sterkenburg werd ingericht als opslagplaats van laarzen, wijn, sigaren, druivensuiker…. Eén Duitse bewaker – die behoorlijk veel dronk – bleef als huismeester waken over de voorraad. Als er nieuwe voorraden werden aangevoerd hielpen de onderduikers bij het lossen en naar binnen sjouwen. De volgende dag had iedereen plotseling nieuwe schoenen. “ Die waren van de kar gevallen.”
Oorlogsgeweld heeft Sterkenburg gelukkig amper getroffen; bij de landing van de geallieerden bij Arnhem – waarbij ‘De Hemelsche Berg’, ook een Kneppelhout-eigendom, tot de grond toe afbrandde – klommen tuinbaas Dirk van Burken en diens zwager Gert Schinkel de toren op, waarbij ze beschoten werden door Canadezen (mogelijk in de veronderstelling verkerend dat het ‘moffen’ waren), maar daar lijkt het bij te zijn gebleven.

Op de zinken beplating van het traptorentje zijn ingekraste namen te vinden van Duitsers en Canadezen. En een mooie Nederlandse spreuk:

“Weg met iedere dwingeland en geeft ons het vrije Nederland”

Naar verluidt zou Sterkenburg kort na het einde van de oorlog dienst hebben gedaan als detentiecentrum, al is het onduidelijk of er sprake was van internering van krijgsgevangenen (Duitse militairen) of (Nederlandse) collaborateurs.