Mobilisatie 1939 plaatste Renswoude in de frontlinie

Renswoude | Utrecht

21 april 2020 | Fred Vogelzang


Begin 1940 besloot het Nederlandse oppercommando dat de Grebbelinie een hoofdverdedigingslinie zou zijn bij een eventuele oorlog. Midden in die linie lag kasteel Renswoude. De mobilisatie was ten tijde van het besluit van generaal Winkelman al in volle gang. Vanaf augustus 1939 trokken duizenden soldaten naar de Gelderse Vallei. Een afdeling artillerie werd gelegerd op kasteel Renswoude.

Renswoude
Kasteel Renswoude zoals dat er toen stond en nog steeds te bewonderen is, stamt uit de zeventiende eeuw. Al veel eerder stond hier een versterkt huis, maar de familie Van Reede liet dat rond 1650 afbreken en bouwde er een nieuw slot, bestaande uit twee evenwijdige vleugels met lagere voorgebouwen rondom een omgracht plein. Een eeuw later ging het kasteel over naar de oud-adellijke familie Taets van Amerongen, waarvan nazaten nog steeds bij het kasteel betrokken zijn. Maximiliaan Jacob Leonard Taets van Amerongen erfde Renswoude in 1922. Hij was 11 jaar daarvoor burgemeester van Renswoude geworden en zeer actief in allerlei lokale en nationale verenigingen. Met name landbouwkundige zaken lijken zijn belangstelling te hebben gehad. Toen vlak voor de Tweede Wereldoorlog Renswoude werd gevorderd, bewoonde de burgemeester de nabij gelegen Villa Overbosch. Om het kostbare interieur van het kasteel niet aan mogelijke oorlogshandelingen bloot te stellen, werd een flink deel van de inboedel naar Overbosch overgebracht.

Langs de Grebbelinie waren meer dan 50.000 militairen gelegerd. De dag na de Duitse inval op 10 mei, wordt rondom Renswoude flink gevochten. De bevolking van Renswoude, incluis de burgemeester, is dan net geëvacueerd. Ze worden met vrachtwagens naar de treinstations in de omgeving vervoerd en in Alkmaar, Ameide en Bergambacht gebracht.

Gevechten
De Duitse aanval was bedoeld om Amersfoort te veroveren, maar na twee dagen werd van dat plan afgezien. Bij Renswoude stuitten de Duitsers op Nederlandse troepen. De Nederlandse soldaten blijken veel minder goed uitgerust en waren getalsmatig in de minderheid. Daarom werd een aantal gedwongen zich over te geven. Door beslist optreden van commandant Wolfhaar keerden de kansen: een aantal verlaten posten werd weer bezet en op 13 mei wisten de Nederlanders door gericht artillerievuur een Duitse patrouille te verjagen. Ten zuiden van Renswoude waren inmiddels delen van de Grebbelinie geïnundeerd. Daar werden zware aanvallen uitgevoerd, die de Nederlandse legeronderdelen in het nauw brachten. Toen er steeds minder munitie was en de artilleriesteun wegviel, konden ze niet anders doen dan zich overgeven. Zij waren niet de enige, op 14 mei De Nederlandse troepen kampten met tekort aan munitie en moesten zich na het wegvallen van artilleriesteun overgeven. Het bombardement op Rotterdam die dag gaf de doorslag. Nederland legde de wapens neer.

Na de capitulatie mochten de Renswoudenaren weer naar hun huizen terugkeren. Er bleek in het dorp flink geplunderd te zijn. Villa Overbosch van burgemeester Taets van Amerongen ging in vlammen op. Met behulp van de lokale bevolking kon een deel van de inboedel worden gered, maar veel belangrijke zaken uit kasteel Renswoude gingen verloren. Rond Renswoude werden 22 boerderijen beschadigd, maar het kasteel bleef gespaard. De Duitse bezetter confisqueerde het kasteel en richtte het in als noodhospitaal. Zuster J. Hoogeveen zwaaide er de scepter. Ook de lokale bevolking mocht van de diensten van het Rode Kruis gebruik maken. Zo vond er een bevalling plaats in het kasteel. In een vleugel woonde het gezin van de burgemeester. Dat duurde totdat de burgemeester moest onderduiken en hij werd vervangen door een NSB-er. Taets vond een plek in een van de pachtboerderijen die bij het landgoed hoorde.
Tijdens de slag om Arnhem kreeg Renswoude te maken met een stroom vluchtelingen uit Oosterbeek en Arnhem. In oktober 1944 vorderden de Duitsers het kasteel en ontruimden het noodhospitaal. Het werd nu ingericht als herstellingsoord voor Duitse militairen. De oorlog kwam tenslotte steeds dichterbij. In april 1945 rukten de geallieerden op richting Renswoude. Britse troepen ondersteund door tanks verdreven de Duitsers uit het dorp en de omgeving. Even vond er nog een tegenaanval plaats, maar toen werden de Duitse troepen definitief verdreven. Kasteel werd het Britse hoofdkwartier, terwijl ook de Binnenlandse Strijdkrachten er onderdak vonden. In de kelder werden gearresteerde NSB-ers opgesloten, van wie een zelfmoord pleegde. J.P.A. de Monyé, die tijdens de oorlog als NSB-er burgemeester van Renswoude was geweest, werd wegens collaboratie veroordeeld.

Taets bleef burgemeester tot 1947. Zijn weduwe bleef er nog twee decennia wonen. Na haar dood kwam het kasteel in een familiestichting.

Naschrift
RTVUtrecht heeft een filmpje gemaakt van de mobilisatie van Renswoude. Het is het verhaal van Johan Lagerweg die in 1939 negen jaar oud was erteld levendig over zijn herinneringen uit die tijd. Op zijn boerderij waren 25 soldaten en 22 paarden voor een nacht ingekwartierd. Klik HIER om het filmpje te bekijken.

Bronnen
— E. van Doorn-Bos, ‘Oorlogsdrama’, Het oude Renswou, mededelingenblad jg 5, 1988, nr. 2, p. 12
— J.M. Kraaijeveld, ‘Evacué in Renswoude’, Het oude Renswou, mededelingenblad jg 22, 2005, nr. 2, p. 20-30
— C. Kramer, Mei 1940. Oorlogsdaden van het 10e regiment infanterie te Ederveen-De Klomp, Veenendaal, Leersum (Veenendaal 1988)
— S. Laansma, Het kasteel Renswoude en zijn bewoners (Renswoude 1986)
— S. Laansma, ‘Gevolgen van den oorlog in Renswoude’, Het oude Renswou, mededelingenblad jg 2, 1985, nr. 1, p. 5-6
— S. Laansma, Renswoude van voor de mobilisatie tot na de bevrijding (Renswoude 1988)
— S. Laansma, Personeel van Kasteel Renswoude en Huize Overbosch te Renswoude (Renswoude 1989)
— L. Lagerweij, ‘Lagerweij WO II Renswoude’, Het oude Renswou, mededelingenblad jg 22, 2005, nr. 1, p. 6-10
— L. Lagerweij, ‘Oorlogsherinneringen’, Het oude Renswou, mededelingenblad jg 28, 2011, nr. 1, p. 4-9