Huis Bergh 1944-’45: de verhalen van vader en zoon Van Heek

Bergh | Gelderland

19 mei 2020 | Peter Bresser


Met besef voor de historie maakten de kasteelheer, vader Jan Herman van Heek en zoon Jan Herman Alexander aantekeningen over wat bezetting en bevrijding met Huis Bergh deed. Op deze pagina weergaven van impressies van hun beleving.
In zijn eeuwenlange geschiedenis heeft kasteel Bergh diverse stormen, oorlogen en rampspoed doorstaan. De laatste ramp die Huis Bergh in 1944/45 juist te boven was, was de brand in de nacht van 14 maart 1939. De hoofdburcht brandde daarbij volledig uit.

Gelukkig kon een groot deel van de inventaris toen worden gered. Al in 1941 kon de grote restauratie worden afgerond. Met deze calamiteit nog vers in het geheugen wachtten Jan Herman van Heek en zijn gezin er eind 1944/begin 1945 de bevrijding af. Omdat de Duitse bezettende macht de Enschedese woning van de familie Van Heek op 22 februari 1944 gevorderd had, was na een noodverblijf op de zolders van het Rijksmuseum Twente, besloten naar kasteel Bergh te verhuizen.

Het front dichtbij
Met operatie Market Garden in september 1944, de mislukte poging van de geallieerden om de Rijnbrug bij Arnhem te veroveren, was het front dichterbij gekomen. In de strenge winter die volgde stond kasteel Bergh letterlijk aan de rand van het oorlogsgeweld.
In en bij de bossen van het Montferland lieten de Duitsers door dwangarbeiders verdedigingslinies graven. Vele bomen werden voor de aanleg en versteviging van loopgraven en geschutsstellingen gekapt. Het grote bosbezit werd bij dit alles ernstig beschadigd.

De ligging van kasteel Bergh dichtbij het front betekende een komen en gaan van Duitse legeronderdelen die soms dagen, soms weken ingekwartierd bleven. Dit met alle ongemakken, gevaren en schade van dien. De familie Van Heek had haar woning ingericht in de zogeheten ‘Platte toren’ op de voorburcht. De Van Heeks zagen van daaruit bezorgd toe hoe Duitse legeronderdelen kwamen, gingen en zich nogal eens misdroegen.

Onderdak voor evacuées
Na de slag om Arnhem ook, begonnen de Duitsers de bevolking uit Noord- en Oost-Limburg te evacueren. Vaak onder erbarmelijke omstandigheden werd het gebied ontvolkt. In lange stoeten werden de mensen in noordelijke richting gestuurd. Huis Bergh bood vele van deze ontheemden op hun doortocht tijdelijk onderdak en verzorging. Jan Herman van Heek schetste ruwe impressies van de stoeten Limburgers die met honderden tegelijk, karretjes en wagens met bagage met zich meezeulend, zijn kasteel binnenkwamen om de volgende dag door de winterkou verder te trekken.

Op 23 oktober 1944 schreef Jan Herman van Heek daarover in een brief: ‘Het  waren afgetobde zwervers, die toen reeds twee dagen onderweg waren geweest vanuit Noord Limburg in de streek van Gennep. Het waren er 800 en daarvan hebben wij er 363 gehuisvest tot heden morgen in de vroegte. Ik heb bewondering voor de mensen, die beroofd van bijna alles, hun moed en vaste vertrouwen hadden behouden geen klacht werd gehoord.
Deze morgen om drie uur stonden allen op. Bij kaarslicht verlieten zij successievelijk het voorplein, een merkwaardig tooneel. Voor den dageraad waren bijna allen – met het oog op het luchtgevaar – noordelijk vertrokken’

Jan Herman Alexander van Heek beschreef dit alles. Hij maakte (samengevat) de volgende aantekeningen van hetgeen hij het laatste half jaar van de oorlog waarnam.

De vermelde militaire eenheden waren in Huis Bergh ingekwartierd:
28/29 september 1944
— Pantsergrenadiers
30 september-1 oktober 1944:
— Militairen van een Ravitailleringscolonne
7 oktober 1944:
— Bombardementen  Kleef en Emmerik
(buurstad Emmerik verwoest, meer dan 3000 doden)
24 oktober -8 december:
— De commandeur van het 10e pantserregiment van de SS en zijn staf, behorende tot Divisie Frundsberg
december 44, januari 1945:
— Kleine afdeling van de Kriegsmarine vermoedelijk belast met inundatiewerken langs de Rijn en in de Betuwe
14 februari – 1 maart 1945:
— Parachutisten, op doortocht van de Neder-Betuwe naar het front bij Xanten
28 februari – 8 maart 1945:
— Politietroepen waaronder Hongaren en Oekraïners eveneens op doortocht naar het front (infanterie)
8 maart 1945:
— Pantserjagers en infanteristen die onder meer behoorden tot de defensie van Emmerik en ‘s-Heerenberg. Emmerik werd drie dagen, ‘s-Heerenberg slechts een dag verdedigd.

Evacués
20/21 september 1944: Kerkerdom en Leuth
21/23 september
1944: Groesbeek en Milsbeek
21-23 oktober:                Gennep e.o., 800 mensen waarvan 363 in Huis Bergh
2/3 januari 1945:          Siebengewald
8/11 januari 1945:        Bergen en Arcen

Door de voortdurende inlegering van Duitse eenheden in het kasteel was er steeds angst voor luchtaanvallen. Verwoestende luchtbombardementen zoals die de naburige kastelen Wisch (Terborg) en Schuilenburg (Silvolde) ruïneerden bleven gelukkig uit.

Uit voorzorg waren kunstschatten, waaronder ook kisten met waardevolle historische documenten uit het vreselijk gebombardeerde Emmerik in een zijruimte van de grote kelder in het kasteel in veiligheid gebracht. Achter een inderhaast gemetselde muur werd het cultuurgoed niet ontdekt door de militairen die er -vaak dronken- huishielden.

SS-ers op het kasteel
Over een onderdeel van Het 10e SS-pantserregiment ‘Frundsberg’ dat op 24 oktober het kasteel zes weken lang opeiste, schreef J.H. van Heek: ‘Het is geen prettig wonen wanneer het huis schalt van radiomuziek en halfdronken SS-mannen en wanneer het voorplein vol auto’s staat, welke gemakkelijk uit de lucht zichtbaar zijn. […] De huishoudelijke onaangenaamheden waren daarbij vele […] in de hal liep het er in en uit als in een bijenkorf. De officieren waren veeleischend, de drinkgelagen niet zelden, en vrouwen van ongewenschte klasse kwamen regelmatig op bezoek. De vertrekken waren gevuld met te Arnhem en elders geroofde meubels. Dat alles is nu voorlopig voorbij. De bevolking, vooral van Stokkum heeft veel van de SS-divisie geleden. Ieder zag haar gaarne in December 1944 geleidelijk en in stilte, onder meeneming van veel huisraad en proviand verdwijnen.’

Het kasteel beschoten
In de laatste weken van de oorlog leden ‘s-Heerenberg en het kasteel onder geallieerde artilleriebeschietingen. Geen huis in de stad bleef onbeschadigd. De beschietingen vanuit Nijmegen en later vanuit Kleef, duurden van 14 tot 7 maart  en van 15 maart tot 31 maart. Veel Berghenaren vonden in de kelder van het kasteel een schuilplaats.

De door de kaalslag al zo geteisterde bossen werden door de granaatbeschietingen nog eens extra beschadigd. In de laatste dagen van de strijd kreeg kasteel Bergh granaatinslagen te verduren. Een bron spreekt van 30 voltreffers. Omdat het overwegend tankgranaten van een lichter kaliber betrof, bleef de schade relatief beperkt tot inslagen door daken, en een vernield hoektorentje op de grote toren.

De bevrijders op Huis Bergh
Nadat steeds Duitse eenheden de afgelopen maanden bezit hadden genomen van  het kasteel, waren het op 1 en 2 april 1945 de bevrijders. Het betrof officieren en manschappen van de Highland Light Infantry of Canada. Dit regiment nam ‘s-Heerenberg onder leiding van captain Mac Taggart. op Paaszondag, 1 april, in. 

Van Heek was onder de indruk van de hoeveelheid materieel van de bevrijders.
Hij schreef daarover: Wanneer we in aanmerking nemen dat slechts een kleinere deel van het legervervoer der Geallieerden van Emmerik -‘s-Heerenberg naar het noorden loopt, dan blijkt daaruit duidelijk van welken reusachtigen omvang de opmarsch is. In en om ‘s-Heerenberg op den Mengelenberg in en rondom Stokkum, Zeddam, Kilder en Beek stonden alle weiden en landerijen, alle hellingen der heuvels, elk beschikbaar hoekje bij de wegen vol van vehikels met of zonder kampeertenten. De beukenlaan door het bosch van Montferland naar Beek geleek een kamp.

Tijd voor herstel
De schade aan het kasteel kon worden hersteld. Hier en daar zijn in het eeuwenoude muurwerk beschadigingen van inslagen door granaatscherven als historische getuigenis zichtbaar gelaten.

Ook na de bevrijding bleef Huis Bergh nog dienst doen als opvang voor ontheemden, ditmaal voor de verpleging van ernstig verzwakte Nederlandse dwangarbeiders die voor de Duitsers onder erbarmelijke omstandigheden waren ingezet bij de aanleg van verdedigingswerken. Voor hen werd in het kasteel een hospitaal ingericht nadat de Canadezen hun eerdere opvangplek in het Bonifaciusklooster hadden gevorderd. Een herinneringsplaquette in de grote hal van het kasteel herinnert nog aan die periode.

Kasteelheer, Jan Herman van Heek maakte zich na de oorlog verdienstelijk voor het herstel van door het oorlogsgeweld  zwaar beschadigde monumenten. Een vanuit Huis Bergh in het oog springend voorbeeld daarvan is de stiftskerk bovenop de nabijgelegen Eltenberg. Aansprekend is ook het vrijwel totaal verwoeste kasteel Doornenburg. Dit kasteel was eigendom van Van Heek. Ook dit monument werd volledig gerestaureerd.

Op 20 mei 1945 schreef van Heek na een kerkdienst die hij met velen bezocht had: Het is een Pinkstermorgen om niet te vergeten. Het besef van hetgeen achter ons ligt in de vorige 5 jaren dringt eerst thans ten volle, althans tot mij door. De Paaschdagen die de vrijheid voor het oosten des lands brachten waren te overweldigend om hetgeen zich afspeelde goed te realiseren.

Tekst en samenstelling: Peter Bresser, archivaris Huis Bergh
Afbeeldingen en foto’s: Archief Huis Bergh, Privéarchief J.H. van Heek en collectie Huis Bergh