Het einde van Zuylestein

Zuylestein | Utrecht

05 mei 2020 | Fred Vogelzang


Net buiten Leersum, op de weg naar Amerongen, is de toegang tot het landgoed Zuylestein zichtbaar. Het huis werd in de zeventiende eeuw aangekocht door stadhouder Frederik Hendrik, die de omgeving kende door zijn jachtpartijen op de Utrechtse Heuvelrug. Zijn jachtslot Zuylestein werd op 25 en 26 maart 1945 door een bombardement verwoest.

De jacht geopend
Zoals zoveel kastelen en buitenplaatsen was Zuylestein in de jaren dertig van de twintigste eeuw verhuurd. De eigenaren woonden op het nabijgelegen kasteel Amerongen en hadden daar voldoende ruimte. Door de oorlogsdreiging was het lastig het kasteel opnieuw te verhuren. Na de capitulatie werd het huis geconfisqueerd door de bezetter, een lot dat Zuylestein deelde met honderden andere Nederlandse kastelen en buitenplaatsen. Lange tijd lag Zuylestein ver van het front maar na de landing in Normandië in 1944 schoven de geallieerden langzaam naar het noorden. De Duitse troepen trokken zich steeds meer terug en zo kwam er een afdeling SS in maart 1945 terecht in Amerongen en Leersum. Zo’n 250 manschappen met motorfietsen en voertuigen en lichte wapens moesten in de omgeving worden ondergebracht. Een deel werd ingekwartierd in het leegstaande kasteel Zuylestein. De geallieerden hadden de jacht geopend op Duitse generaals, waarschijnlijk vanuit de overtuiging dat het verzet zou breken als er geen hoge officieren meer waren om de verdediging te leiden. Die generaals wisten dat ook en bleven niet lang op één plek.
Op 23 maart wisten lokale verzetsmensen de Britten te informeren, dat een Duitse generaal met zijn staf zijn intrek had genomen in Zuylestein. Bovendien was er behalve de SS-generaal en zijn staf een Duitse regiment in de omgeving gelegerd. Het zou gaan om Martin Kohlroser, een Oberführer van de 34e SS grenadiersdivisie landstorm. Het duurde echter even voordat de Britten gelegenheid vonden om een aanval te organiseren.

Het bombardement
Op zondag 25 maart kwamen enkele Britse vliegtuigen vanuit de Zuylesteinse of Leersumse Kop laag aanvliegen en lieten een aantal brandbommen vallen. Ooggetuigen zagen rookpluimen boven de bomen vandaag komen. Ze zeiden tegen elkaar: ‘jammer, dat er niemand meer is’. De dag ervoor namelijk hadden de Duitsers het kasteel verlaten, maar die boodschap was nog niet bij de Britten aangekomen. Sterker nog, na dit eerste bombardement was het oude kasteel nog intact. De volgende dag echter vond een tweede aanval plaats en daarbij werd het kasteel wel geraakt. Bij dat bombardement zouden ook enkele doden zijn gevallen. Er waren geen Duitse vliegtuigen aanwezig om de Engelsen te verjagen. Het verhaal gaat dat het tweede bombardement eigenlijk bedoeld was voor nabijgelegen kasteel Broekhuizen, waar zich nog wel Duitse legereenheden bevonden. En een ander verhaal is, dat het gaat om een Engelse wraakactie; de eigenaren van Zuylestein waren tenslotte degenen, die de oorlogsmisdadiger Wilhelm II onderdak hadden geboden in 1918. En tot grote ergernis van de geallieerden toen was deze Duitse keizer nooit uitgeleverd.

Hier lees je meer over de verwoesting van Zuylestein en van kastelen in de Grebbelinie.

Bronnen:
— L. Caspers, Bombardement op Zuylestein, Hoetwas 13, 2008, nr. 4, p. 2-7
— F.I.M. van der Laan, Leed en verzet in Leersum: het leven van gewone mensen in oorlogstijd (Leersum 1991)