Grebbelinie, gebied vol buitenplaatsen

Heimerstein - Hydepark - Zuylestein | Utrecht

23 maart 2020 | Ben Olde Meierink


De provincie Utrecht had altijd een belangrijke rol in de verdediging van ons land. De Oude Hollandse Waterlinie en sinds de vroege negentiende eeuw ook de Nieuwe Hollandse Waterlinie lagen samen met de Grebbelinie grotendeels op het grondgebied van de provincie. Ze waren bedoeld om West-Nederland en vooral Holland te beschermen tegen vijandelijke invallen. Ook in de Tweede Wereldoorlog zouden die linies een rol spelen. Met name de Grebbelinie ligt in een gebied vol buitenplaatsen.

Mobilisatie 1939
Al in de vroege zeventiende eeuw maakten de Staten Generaal plannen voor het gebruik van de laaggelegen Gelderse Vallei en Eemland bij de verdediging van de Republiek. In de tweede helft van de achttiende eeuw werd er een waterlinie tussen de vroegere Zuiderzee en de Rijn aangelegd. De bedoeling was de weilanden te inunderen – een halve meter onder water te zetten – zodat het gebied noch met vaartuigen, noch te voet overgestoken kon worden.

De achttiende-eeuwse Grebbelinie ging opnieuw een militaire rol spelen toen die in 1939 werd omgedoopt tot Valleistelling en koortsachtig werd gemoderniseerd. Het Nederlandse opperbevel besloot op het laatste moment de Grebbelinie een heel belangrijke rol in de verdediging van ons land te geven. Op de hoger gelegen plaatsen liet men een honderdtal betonnen kazematten bouwen en veldversterkingen en loopgraven aanleggen. In de eerste meidagen van 1940 heeft men grote delen inderdaad geïnundeerd. Boerderijen die in de schootslinie lagen werden in brand gestoken, zodat de vijand zich daar niet kon verschuilen.

Een van de Utrechtse buitenplaatsen die letterlijk in de gevarenzone lag, was het ten noordwesten van Amersfoort op de oostelijke oever van de Eem gelegen Coelhorst. Dat betekende, dat bij het uitbreken van de vijandelijkheden ook dit landhuis door het Nederlandse leger in brand werd gestoken. Coelhorst, in 1647 gebouwd voor een Amersfoortse patriciër en in 1916 nog met een dwarsvleugel uitgebreid, werd tot op de fundamenten afgebroken. In 1957 bouwde de erfdochter op deze fundering een veel eenvoudiger landhuis. Waarschijnlijk was de rijksbijdrage voor het herstel te laag om het oorspronkelijke huis te herbouwen.

Vrijwel geheel geïnundeerd werd het ten oosten van Woudenberg aan het Valleikanaal gelegen landgoed Voskuilen. Het inundatiewater tastte het houten landhuis dusdanig aan, dat het na de oorlog moest worden gesloopt. Het landgoed Lambalgen tussen Woudenberg en Scherpenzeel lag juist aan de westzijde van de Valleistelling en bleef daarom in de meidagen gespaard. Later in de oorlog verwoestte een brand het huis alsnog.

De Grebbeberg
Opvallend genoeg werd de Grebbeberg als een zwak punt in de verdedigingslinie beschouwd. Het voor Nederlandse begrippen spectaculaire reliëf van de Grebbeberg had behalve een prachtig uitzicht over de Rijn en het erachter gelegen vlakke landschap van de Betuwe en Gelderse Vallei ook een grote strategische betekenis. In de vroege middeleeuwen was hier een forse walburcht aangelegd, nog steeds te herkennen aan de hoge aarden wallen aan de zuidelijke rand van de berg. De walburcht bleef zijn strategische functie blijkbaar nog lang behouden, want in de twaalfde eeuw werd hij opnieuw versterkt. De hoge wallen hadden voor het Nederlandse leger in 1940 een strategische rol kunnen spelen. Desondanks besloot men het zwaartepunt van de verdediging meer westelijk te leggen.

De Duitse aanval concentreerde zich op de straatweg van Wageningen naar Rhenen, die vanaf de Grebbesluis langzaam omhoogklimt. Nabij de sluis, aan de voet van de berg, was in de achttiende eeuw het buurtschap Greb gesticht, bestaande uit herenhuizen, herbergen en de kleine buitenplaats Grebbestein. Dit achttiende-eeuwse gehucht werd, inclusief de aan de noordzijde van de straatweg gelegen buitenplaats, geheel door Duits geschut verwoest. In 1952 werd op dezelfde plek een nieuw huis gebouwd door een nieuwe eigenaar.

Heimerstein
Opvallend is de tegenstelling met de aangrenzende buitenplaats Heimerstein. Dit uit 1820 stammende buitenhuis had als voorganger een zestiende-eeuws edelmanhuis, dat op zijn beurt ontstond uit een kasteeltje dat voor het eerst is genoemd in de late veertiende eeuw. In de achttiende eeuw kreeg buitenplaats Heimerstein aan de overzijde van de Cuneraweg een overplaats met als centrale as de nog bestaande Heimersteinselaan.

Het Nederlandse leger verwachtte hier aanvallen van de vijand. Daarom zijn in het bos behalve loopgraven ook betonnen kazematten te vinden. Het herenhuis aan de voet van de berg, inmiddels anderhalf decennium in gebruik als zorginstelling, bleef opmerkelijk genoeg in 1940 gespaard, evenals een uit 1910 stammend tuinmanshuis halverwege de helling van de overplaats. Het personeel en de patiënten die in 1940 waren geëvacueerd, konden in de loop van dat jaar terugkeren naar Heimerstein.

Maar niet voor lang. De Duitse Wehrmacht in Nederland die de Geallieerden vanuit het westen verwachtte, maakte in het voorjaar van 1944 plannen om grote delen van het westen van de provincie Utrecht onder water te zetten. Na de geallieerde landing op de Normandische kust en de opmars van de Geallieerde troepen naar het noorden richting Nijmegen kreeg de Duitse bezetter belangstelling voor de Grebbelinie. Eind oktober 1944 gelastte het Duitse opperbevel in Nederland de aanleg van de zogenoemde Pantherstellung, die grotendeels langs de Grebbelinie zou lopen en gepaard zou gaan met een nieuwe inundatie van de Gelderse vallei. Troepen van de Wehrmacht werden om die reden gelegerd in Heimerstein. Bewoners en personeel moesten vertrekken. Bij een conflict later dat jaar tussen de Wehrmacht en de SS werd door de laatste om nog onbekende redenen het landhuis Heimerstein in brand gestoken, waarbij het geheel verloren ging. In 1952 verrees op dezelfde plaats het veel grotere, huidige gebouw.

Zuylestein
Niet alle buitenplaatsen in het oosten van de provincie Utrecht die in Tweede Wereldoorlog werden verwoest, lagen in de Grebbelinie. Het veertiende-eeuwse kasteel Zuylestein bij Amerongen werd in de middag van maandag 9 april 1945 bij een geallieerde luchtaanval met fosforbommen geheel verwoest, evenals het nabijgelegen koetshuis. De geallieerden verkeerden in de veronderstelling dat het kasteel nog steeds in gebruik was door een Duitse militaire staf, maar deze was een dag eerder naar elders vertrokken. Het koetshuis werd redelijk snel hersteld, maar de ruïne van de in de zeventiende eeuw gemoderniseerde middeleeuwse burcht bleef tot in de jaren vijftig staan. Uiteindelijk bouwde de familie op een andere plek een veel kleiner landhuis. Ook kasteel Lunenburg aan de Langbroekerwetering werd door een bombardement aan het einde van de oorlog verwoest. Dit kasteel heeft decennialang in ruïneuze toestand verkeerd en is in 1968-70 in zijn middeleeuwse verschijningsvorm herbouwd.

Raadsels rond Hydepark
Niet altijd is duidelijk of het verdwijnen van een buiten het gevolg was van oorlogshandelingen. In de op de Nederlandse Antillen verschijnende krant Amigoe di Curaçao verscheen op 18 maart 1943 het volgende bericht: ‘Inmiddels is het hoofdkwartier van de Nederlandsche Arbeidersdienst in Heidepark bij Doorn door de Nederlandse Patriotten in vuur en vlam gezet en tot de grond afgebrand, als een protest tegen het zenden van Nederlandse arbeidersdienstplichtigen naar Oost-Europa’. De krant meldde als bron voor dit nieuws het ondergrondse blad Vrij Nederland. Bijzonder is het feit dat een illegale krant vanuit het door de Duitsers bezette Nederland kon worden verspreid naar de niet-bezette Antillen, al duurde dat een paar maanden. Zowel de landelijke als de regionale pers, geheel gecontroleerd door de Duitsers, wist echter te berichten dat kortsluiting de oorzaak van de grote brand op 17 december 1942 was.

Hydepark was in 1885 in opdracht van de Amsterdamse familie Van Loon gebouwd als imposant buitenhuis. Het gebouw was in 1940 vererfd op een kleindochter Van Loon die gehuwd was met een Engelsman. Het echtpaar woonde niet in Nederland maar in Engeland en later in Zuid-Afrika. Waarschijnlijk confisqueerden de Duitsers dit huis, omdat het tenslotte eigendom was van een onderdaan van een vijandelijke mogendheid. Over de teloorgang van het huis doen dus tegenstrijdige berichten de ronde. Om het nog doller te maken weten erfgoedsites te melden dat het huis door een bombardement van de Engelse luchtmacht is vernietigd, terwijl andere sites het houden op de gevolgen van een drinkgelag door Duitse soldaten. Dat liep uit de hand waardoor de munitieopslagplaats ontplofte en het huis werd weggevaagd. Dat laatste verhaal kan naar het rijk der fabelen worden verwezen, omdat na de oorlog de muren van Hydepark nog grotendeels overeind stonden.

Al met al is onduidelijk wat de echte oorzaak van de ondergang van Hydepark is en die onduidelijkheid hindert in algemene zin het onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog. Inmiddels zijn de mensen die het daadwerkelijk hebben meegemaakt bijna allemaal overleden en hebben we vooral verhalen uit tweede en soms zelfs derde hand.

Dit artikel is geplaatst in de WOII special van tijdschrift Het Buiten. Bekijk het tijdschrift HIER