De gebeurtenissen rond de ruïne van Kasteel Walburg

Walburg | Limburg

20 mei 2020 | Harry Meuwissen


In september 1944 werden de eerste Nederlandse gebieden bevrijd. Aan de Belgisch Limburgse oevers van de Maas rukten de aanvalscolonne van de Brigade Piron in de vroege ochtend van 25 september 1944 op naar Maaseik en bereikten op dezelfde dag het witte stadje Thorn. Dit was het eerste stukje bevrijd gebied in de huidige Midden Limburgse gemeente Maasgouw.

De Maas als grens (1944-1945)
De bewoners van Ohé en Laak en Stevensweert waren regelmatig getuigen van passerende tanks aan de overzijde van de Maas. De Duitsers gebruikten aan de Nederlands Limburgse oevers van de Maas strategische punten om de geallieerde legers te observeren. Een van deze locaties was de ruïne van het 17de eeuwse kasteel Walburg, die nu geheel verdwenen is.

Vanaf 6 oktober 1944 beschoten de geallieerde legers vanuit de Belgische Maasoever regelmatig de dorpen aan de overzijde van de Maas. Naast de kerken raakte ook de Hompesche molen, net als diverse huizen van de Laak zwaar beschadigd door het mortiervuur. Door deze herhaaldelijke beschietingen moesten de inwoners van Ohé en Laak op 26 oktober 1944 op bevel van de Duitse bezetters evacueren. Alle bezittingen moesten worden achtergelaten om te voet met wat kleren en levensmiddelen op zoek te gaan naar een evacuatieadres. Mede door deze onzekere situatie en regelmatige beschietingen verklaarden sommige dorpsbewoners dat “de oorlog” pas echt was begonnen in oktober 1944.

De bewoners konden pas na de bevrijding van beide dorpen op 20 januari 1945 langzaam naar hun woningen terugkeren. De Amerikanen wilden in april 1945 de bevolking opnieuw evacueren in verband met grootscheepse militaire oefeningen bij de Maas. Deze grootschalige evacuatie werd voorkomen dankzij doortastend optreden van burgemeester Minkenberg, die een ongestoord verloop van de oefeningen garandeerde. Diverse dorpsbewoners waren getuigen van deze oefeningen van het Amerikaanse leger. Ze reden met amfibische voertuigen via de afrit bij het veer in Stevensweert de Maas in. Bij kasteel Walburg kwamen ze weer aan land om daarna hetzelfde rondje te herhalen.

Beknopte geschiedenis
In 1719 kocht graaf Reinier Vincent von Hompesch (1660-1733) de heerlijkheden Stevensweert, Ohé en Laak, en kasteel Walburg dat hij grondig liet verbouwen. Het 17de eeuwse kasteel bestond uit drie rechthoekige vleugels, omringd met een tuin met entreé als een soort open cour. De nieuwe tuinen werden ontworpen in Franse stijl. Om zijn rechten in de heerlijkheid te benadrukken liet de nieuwe graaf een banmolen bouwen: de Hompesche molen. Deze molen werd gebouwd op een strategisch gekozen locatie waar twee zichtlijnen elkaar kruisten. Een zichtlijn liep vanaf kasteel Walburg langs het huis van de rentmeester naar de voorzijde van de molen. Een tweede zichtlijn liep naar de vesting Stevensweert. Daar had de gouverneur de molen op de wal moeten afbreken, zodat ook de inwoners van Stevensweert gebruik moesten maken van de Hompesche molen. Met een hoogte van 37 meter is dit de hoogste stellingmolen van Limburg.

Renée von Hompesch-Rürich (1864-1932) was de laatste adellijke bewoonster van het kasteel met haar man Adriaan van Seters. Het echtpaar verkocht het kasteeldomein in 1918. Daarna werd er direct begonnen met de sloopwerkzaamheden. Eeuwenoude bomen werden gekapt en twee vleugels van het kasteel, waaronder het hoofdgebouw, werden afgebroken. Het boerderij gedeelte bleef nog enkele jaren in functie maar verviel na de Tweede Wereldoorlog al snel tot ruïne.

Recente herinrichting van het kasteeldomein
Kasteel Walburg is er helaas niet meer, al is er de afgelopen maanden hard gewerkt aan de herinrichting van het kasteeldomein. In het landschap zijn lijnen aangebracht, die de contouren van de voormalige gebouwen, tuinen en waterpartijen weergeven. Zo markeren mandkorven met veldesdoorn de plek waar ooit de kasteelvleugels stonden. Enkele hoofdpaden zijn hersteld in half verharde paden en in de tuin worden graspaden gemaaid volgens de historische tuinpatronen in Franse stijl. Tot slot kun je door de voormalige gracht wandelen of de 10 meter hoge uitkijktoren beklimmen om het kasteeldomein op diverse manieren te beleven.

Meer over de recente ontwikkelingen leest u HIER.

Meer achtergrondinformatie over Kasteel Walburg en de Hompesche molen tijdens de Tweede Wereldoorlog vindt u HIER.

Bronnen
— E. Aberson-de Kanter, ‘Walburg’, Amici Insulae, Vrienden van het Eiland in de Maas 1, Jaarboek 1983, 43-45. Eveneens te raadplegen via: https://www.amici-insulae.nl/jaarboeken-mainmenu-36/1983/25-walburg.
— Amici Insulae, 75 Jaar Bevrijding. Verhalen rond de oorlog op het Eiland in de Maas (Stevensweert 2019).
— A.J.C. van Leeuwen, Pierre Cuypers. Architect (1827-1921) (Zwolle 2007).
— Meuwissen (red.), Routeboekje bij de tentoonstelling ‘75 Jaar Herdenken en Bevrijding Eiland in de Maas’ in het Streekmuseum Stevensweert / Ohé en Laak (22 december 2019 t/m 1 juni 2020).
— H.G.M. Rutten, ‘Reacties op de verkoop van Kasteel Walburg in 1918’, Amici Insulae, Vrienden van het Eiland in de Maas 13, Jaarboek 1995, 36-40. Eveneens te raadplegen via: https://www.amici-insulae.nl/jaarboeken-mainmenu-36/1990-1999/1995/188-reacties-op-de-verkoop-van-kasteel-walburg-1n-1918
— H.G.M. Rutten, Stevensweert. Vesting aan de Maas (Beek 2008).
— W. Sangers en A.H. Simonis (red.), Er ligt een eiland in de Maas. Geschiedenis van Stevensweert en Ohé en Laak (Echt 1955).