Beeckestijn onder beleg

Beeckesteijn | Noord-Holland

01 april 2020 | Mike Uyl


Het 18e-eeuwse uiterlijk van het herenhuis Beeckestijn wijst op geen enkele manier op een gewelddadig verleden. De prachtige barokke voorgevel straalt rust en rijkdom uit. Op de sierlijke daklijst staan mythologische voorstellingen en geen kantelen. Toch was 75 jaar geleden het huis een belangrijk onderdeel van de Festung IJmuiden, de door de Duitse bezetter zwaar versterkte en verdedigde Nederlandse havenplaats. Van de vier Nederlandse Noordzeehavens was die van IJmuiden de belangrijkste. De mogelijkheid van het gelijktijdig aanmeren om militairen en materieel aan land te zetten in combinatie met het sluizencomplex en de directe, snelle verbinding met Amsterdam via het Noordzeekanaal (het pistool gericht op het hart van Holland) zorgde er voor dat de verdediging van IJmuiden voor en na de Duitse inval zeer serieus werd genomen.

De voorganger van het huidige Beeckestijn is waarschijnlijk zo rond 1500 gebouwd en in dit gebouw werden Middeleeuwse kloostermoppen gebruikt, zoals blijkt uit de oude fundamenten die tijdens de restauratie in de zestiger jaren van de vorige eeuw zijn blootgelegd.
Die wijzen op de aanwezigheid van een versterkt gebouw. Niet onlogisch aangezien de toenmalige Heerenweg de enige verbinding vormde tussen het zuidelijk deel van Holland en het noorden. De wateren van de Wijkermeer en het mulle zand van de stuivende duinen verhinderden een snelle doortocht van een legerschare.

Beeckestijn in de linie
Deze situatie bestond min of meer nog steeds in 1940. De bezetter blokkeerde de spoorbaan en de toegangswegen tot Velsen met betonnen verdedigingswerken en op de Heerenweg, nu Rijksweg geheten, kwam een zogenaamde walzkorpersperre, een doorlaatpost met twee beweegbare betonnen deuren. Op de Kromme Landen, de gebieden in het zuidoosten van het grondgebied van Beeckestijn, werd een vaste geschutsbunker gebouwd. Het hierin geplaatste 75 millimeter antitankgeschut bestreek de Rijksweg tot aan de grens van Haarlem. Ter ondersteuning werd in een open stelling een 75 millimeter stuk mobiel veldgeschut geplaatst. Het gebied werd tevens verdedigd met vlammenwerpers, een tankval (een soort slotgracht) een aantal mitrailleur stellingen, luchtafweergeschut en vier op afstand bestuurbare Goliath miniatuurtanks met een zware springlading. Tevens werden er op strategische plaatsen mijnenvelden aangelegd. Op het landgoed verrezen een viertal personeelsbunkers die elk onderdak en bescherming boden aan 20 man. Ook bouwden de Duitsers rechts van de toenmalige (gesloopt in 1957) Orangerie een permanent bezette uitkijktoren, een zogenaamde Winzenturm, van zo’n 15 meter hoog.

Erbarmelijke staat
Beeckestijn zelf was ondertussen in slechte staat. Niet alleen hadden Nederlandse soldaten, gelegerd op Beeckestijn, in de strenge winter van 1939 op 1940 een deel van de zolderbalken gebruikt in de open haarden om zich nog enigszins te kunnen verwarmen, maar ook de korte legering rond 1 maart 1941 van een eenheid Duitse infanterie had het huis in een erbarmelijke toestand gebracht. Toch is er vanaf 1942 weer bewoning door burgers in het hoofdgebouw. Hun belevenissen komen elders aan de orde. Ook het noordelijk koetshuis is dan door burgers bewoond.

Het woongedeelte van het zuidelijk koetshuis werd gebruikt als lokaal voor de aflossing van de wacht van de walzkorpersperre. Deze kon in geval van alarm en op bevel van de Festungskommandant binnen 10 minuten gesloten worden en werd dan bemand door een onderofficier en vijf manschappen. Na de oorlog zijn de geschutsstellingen met springstoffen opgeruimd.
Toen het huis onder deze explosies dreigde in te storten, zijn de bunkers onder een dikke laag aarde gestopt en doen nu dienst als heuvels in het park. Op de bunker vlak achter Beeckestijn na. Waar deze is gebleven……… wordt elders verhaald.